Zwermende vleermuizen inspecteren winterverblijven

Vleermuizen gebruiken hun winterslaapplaatsen niet alleen in de winter. Ze gaan er ook zwermen: vleermuizen uit verschillende kolonies of groepen vliegen er heen, gaan er dan druk rond fladderen en ontmoeten er dan hun paringspartners. In een recente publicatie van de hand van Jaap van Schaik , René Janssen, Thijs Bosch, Anne-Jifke Haarsma, Jasja J. A. Dekker en Bart Kranstauber wordt aangetoond dat de soortsamenstelling van de dieren die zwermen bij winterverblijven en die er winterslaap houden verband houden met elkaar. Dit betekent dat een verstoring in het ene seizoen, een groot effect kan hebben op het andere. Zowel paring als de overleving in de winter zijn van levensbelang voor het voortbestaan van de vleermuispopulaties. Hierdoor is het dus noodzakelijk dat winterverblijven ook in de paartijd beschermd gaan worden.

Vliegende watervleermuizen (foto: René Janssen).

Vliegende watervleermuizen (foto: René Janssen).

Continue reading

Post to Twitter Post to Facebook

Langjarig onderzoek windmolens Noordoostpolder

Middenin het toekomstige windpark.

Middenin het toekomstige windpark.

Altenburg en Wymenga, Avitec en ik verzorgen de ecologische monitoring van een windparkproject in de Noordoostpolder. Het park gaat 86 windmolens tellen, waarvan er 38 op het land worden geplaatst en 48 in zee. De turbines worden dit jaar en in 2016 gebouwd. Opdrachtgever voor de monitoring is De Koepel, een samenwerkingsverband van windmolenexploitanten. Om mogelijke ecologische effecten van de windmolens vast te stellen wordt veldwerk verricht en worden bat detectors en radartechnologie ingezet. Een en ander resulteert in een voorspellend model ten aanzien van risicoperiodes.

Ook vleermuizen
Om de sterfte door aanvaringen te kunnen vaststellen gaan medewerkers van A&W onder andere het veld in. Gedurende een periode van vijf jaar maken zij herhaaldelijk inspectierondes in het windpark, waarbij wordt gezocht naar vogelslachtoffers. Ook vleermuizen worden in het onderzoek meegenomen. Om een beeld te krijgen van de vliegbewegingen van zowel vogels als vleermuizen in en rond het windpark wordt gebruik gemaakt van radartechnologie (door het Duitse bedrijf Avitec) en door mijn bedrijf in samenwerking met A&W met geautomatiseerde bat detectors en autotransecten. Zonder deze technologie zou het vrijwel onmogelijk zijn een goed beeld te krijgen van de vliegbewegingen, omdat veel van deze bewegingen ’s nachts plaatsvinden en de buitendijkse slachtoffers in het water verdwijnen.

Voorspellend model
De inventarisatie resulteert voor onze opdrachtgever in een voorspellend model ten aanzien van de risicoperiodes. Projectleider Erik Klop: “Stel dat turbines op een punt waar veel vliegbewegingen zijn veel sterfte veroorzaken, dan kan een aanbeveling zijn de betreffende turbines tijdens de trekperiode op bepaalde momenten stil te zetten. Die momenten zijn bijvoorbeeld bijzondere weersomstandigheden, zoals bij een bepaalde windkracht of slecht zicht door mist. Dit soort effecten betrekken we eveneens in ons onderzoek. We relateren de hoeveelheid slachtoffers dus ook aan externe omstandigheden. Wat overigens goed zou kunnen is dat het aantal slachtoffers zo klein is, dat er geen sprake is van een bedreiging op populatieniveau. Nu is het allemaal nog gissen. Straks is het weten.”

Tekst: Altenburg & Wymenga

Post to Twitter Post to Facebook

Close encounter

Dezer dagen zijn Van Bommel Faunawerk en ik druk bezig met foto’s kijken. Geen vakantiekiekjes, maar cameravalbeelden.

Voor de gemeente Ede onderzoeken we welke diersoorten gebruik maken van 19 van de faunapassages die de gemeente rijk is. Dat is dus foto’s kijken, soorten benoemen. Daar zit leuke opnames tussen, zoals dit konijn die nu eens van dichtbij wilde zien wat er toch voor nieuws in zijn territorium stond.IMG_0373

Post to Twitter Post to Facebook

Ecologie op hoogte

Samen met Thijs Molenaar van Regelink Ecologie en Advies behaalde ik vorige week mijn certificaat “Werken op hoogte”. Wat moet een ecoloog nu op hoge gebouwen of torens?
Net als bij ander onderzoek: de dieren achterna. Op torens, schoorstenen en bruggen broeden roofvogels, die je zou willen onderzoeken, en je kunt er mooi batdetectors of timelapse-camera’s kwijt. Maar dat moet wel veilig… Directe aanleiding was het goed willen plaatsen van vleermuisdetectoren in windturbines voor monitoring van vleermuisactiviteit Daarom hebben we een cursus gedaan die is voldoet aan de eisen van de Global Wind Organisation.

Jasja_Dekker__20150422-IMG_5090

Post to Twitter Post to Facebook

Konijn in de krant

Op Schiermonnikoog lijkt de konijnenstand zich niet te herstellen van VHS en myxomatose, terwijl konijnen wel gewenst zijn vanwege de rol die ze hebben in duinecosystemen. Natuurmonumenten en ik vertelden in Trouw over konijnen in het duin, redenen van achterwege blijven van herstel, en of en wanneer het wenselijk is om dieren bij te plaatsen.

Trouw - herstel konijn

Post to Twitter Post to Facebook

Vos sjokt langs

Met de cameraval blijf ik dieren aantreffen die ik anders nooit zou waarnemen. Deze vos betrapte ik in mijn moestuin.  Nooit geroken, geen sporen of keutels gezien, en toch zit ie er!

Vos loopt langs

Post to Twitter Post to Facebook

Konijnen vangen

Konijn bemonsterd tbv virusonderzoek.

Gevangen en weer los

Momenteel vang ik samen met fretteur Michael Moerman op een aantal plekken in Nederland konijnen. Dat doen we voor de wetenschap: na het vangen neem ik wat bloed af, en dat wordt onderzocht  op aanwezigheid van typen antilichamen tegen konijnenziekte VHS en myxomatose. Door die gegevens te combineren met informatie over het habitat en de voorgeschiedenis, kunnen we beter begrijpen waarom konijnen in sommige natuurgebieden herstelden van die ziekten, maar op andere plekken laag in aantal blijven.

We fretteren omdat dat een effectieve en snelle manier van konijnen vangen is. Juist in de interessante gebieden, die met lage dichtheden, is het vangen met vallen langdurig en moeilijk. Met de fret gaat dat veel vlotter.

Bij fretteren wordt gebruik gemaakt van een gedomesticeerde natuurlijke predator van het konijn: de fret.  De fret is al sinds jaar en dag bekend als een succesvol “jachtmiddel'” , want in de dertiende eeuw werd de fret van Mongolië tot Engeland als jachtmiddel gebruikt. Inzet nu gebeurt in het kader van jacht en/of schadebestrijding.  En vindt meestal plaats met netjes (zogenaamde buidels). De uitgangen van een burcht worden met die netjes afgezet, de fret wordt naar binnen gelaten, en als er een konijn in de burcht zit, kiest die meestal het hazenpad, het netje in. De jager krijgt het konijn dus levend in handen. Daarom, en omdat fretteren zo effectief is, is het ook een nuttig instrument voor ecologisch onderzoek.

Post to Twitter Post to Facebook

Artikel egels en dassen

Deze maand verscheen een artikel  van Jeike van de Poel, Frank van Langevelde van Wageningen Universiteit en van mij in Wildlife Biology, over welke factoren het voorkomen van egels in Nederland bepalen. Een van de sturende factoren bleek de das te zijn. Jeike vertelde er al over in Vroege vogels:

Binnenkort meer in een natuurbericht, en in Zoogdier.

 

Post to Twitter Post to Facebook

Gewijzigde openingstijden – fijn 2015

Jasja Dekker Dierecologie gaat tot 5 januari in winterslaap. Ik wens iedereen fijne feestdagen en een geweldig 2015.

Mijn 2015 brengt veel leuks:  onderzoek aan faunapassages, vleermuizen en wegen/windturbines, grote grazers, wilde katten en konijnen. En luchtfoto’s maken, o.a. in de haven van Rotterdam. En de kers op de taart: een maand ouderschapssabbatical. Ik hoop dat jouw/uw 2015 net zo interessant en uitdagend wordt. Tot volgend jaar!

Fijne winterslaap! Vale vleermuis, Polen.

Fijne winterslaap! Vale vleermuis, Polen.

Post to Twitter Post to Facebook

Questionnaire on bat mitigation and compensation measures in European roads

Roads can impact bat populations negatively, e.g. by increasing mortality rates due to collision, acting as barriers and reducing habitat suitability near roads. A wide range of measures has been  used to mitigate or compensate for the impacts of roads on conservation status of bats, but evidence for the effectiveness of the measures is hard to find.

CEDR – The Conference of European Directors of Roads – has acknowledged this shortage of knowledge and has commissioned us (see flyer) to evaluate bat mitigating measures on roads in Europe and studies on the effectiveness of the measures.

The results of the project will benefit road and nature agencies and managers, bat researchers and consultants by provide better evidence for decision making on cost-effective methods to reduce the impact by roads on bats and improve the conservation status of bats.

To collect information on existing measures for bats on roads in Europe, monitoring and maintenance procedures we would be grateful if you could answer a short questionnaire (attached). We would be grateful for any information on the bat mitigation measures in your country or region.

If you have experience with bats and roads, and are willing to submit information, please download the questionaire and send it to me: info [at] jasjadekker.nl:

Download the CEDR Bats Questionnaire (Word file)

Thank you for your time and support!

Kind regards – Morten Elmeros, Inazio Garin, Morten Christensen, Jasja Dekker and Hans J. Baagøe

 

Post to Twitter Post to Facebook